Welke criteria bepalen of iemand uiteindelijk belanghebbende is?
Twee routes: eigendom of zeggenschap
Iemand kwalificeert als uiteindelijk belanghebbende via een van twee routes: het bezit van een voldoende belang, of het uitoefenen van feitelijke zeggenschap. Artikel 3, lid 6 van Richtlijn 2015/849 noemt beide expliciet en zet daarmee de volgorde neer die ook in de Wwft is overgenomen. De eerste route is het percentage: eigendom van aandelen, stemrecht of een economisch belang boven de drempel. Hoe je dat percentage precies berekent is vaak het lastigste onderdeel, zeker bij getrapte belangen of certificering.
De tweede route loopt via zeggenschap zonder dat er een percentage aan te koppelen is: iemand die feitelijk de beslissingen stuurt, bijvoorbeeld door een statutair recht om bestuurders te benoemen of te ontslaan, of door een overeenkomst die vetorecht geeft. Dat is precies waarom zeggenschap zonder aandelenbezit een zelfstandige grond is en geen restcategorie. Bij structuren met meerdere tussenliggende vennootschappen moet je bovendien vaststellen of het belang op elke laag doorwerkt naar de natuurlijke persoon aan de top; hoe je dat traceert staat beschreven bij de UBO zoeken via meerdere lagen. Pas als geen van beide routes een natuurlijk persoon opleveren, komt de vangnetbepaling in beeld voor het hoger leidinggevend personeel.
Waar dit staat: artikel 3(6) en de Wwft-implementatie
De kern staat in artikel 3, lid 6, onder a en b van Richtlijn 2015/849: onder a het percentage-criterium voor vennootschappen, onder b de zeggenschapsgrond en de doorwerking bij trusts en soortgelijke constructies. De Wwft implementeert deze definitie voor het cliëntenonderzoek dat instellingen moeten uitvoeren; de Handelsregisterwet 2007 regelt vervolgens de registratieplicht in het UBO-register, maar herhaalt de kwalificatiecriteria niet zelfstandig — die blijven ontleend aan de richtlijn. Voor de volledige basisdefinitie, inclusief de standaarddrempel, zie de uitleg bij wat een UBO precies is.
Waar dit op gebaseerd is
- Richtlijn (EU) 2015/849 — de Europese antiwitwasrichtlijn waar de Wwft uit voortkomt, met de definitie van uiteindelijk belanghebbende
- Handelsregisterwet 2007 (de gegevens die van elke onderneming zijn vastgelegd, waaronder het UBO-register)
- Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (het cliëntenonderzoek dat instellingen moeten doen)
De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
De uitwerking per verplichting, met de termijnen die erbij horen en de sjablonen om het vast te leggen, zit in het abonnement.
Bekijk het abonnement Eerst de gratis quick-scanDit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-09-05. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.