telt stemrecht of het aandelenpercentage voor de ubo drempel
Beide tellen, apart van elkaar, en het hoogste bepaalt de uitkomst
Stemrecht en aandelenpercentage zijn twee losse toetsen, en beide kunnen op zichzelf al genoeg zijn om iemand als UBO aan te merken. De antiwitwasrichtlijn (Richtlijn (EU) 2015/849) noemt als indicator een eigendomsbelang van meer dan 25% óf zeggenschap via stemrecht van meer dan 25%. Dat is dus geen optelsom en geen gemiddelde: iemand met 10% van de aandelen maar 30% van de stemrechten — bijvoorbeeld door prioriteitsaandelen of een aparte stemovereenkomst — is UBO op basis van dat stemrecht, ook al zegt het aandelenpercentage van niets bijzonders.
In de praktijk lopen aandelenbelang en stemrecht meestal gelijk op, en dan is het onderscheid niet interessant. Het wordt pas relevant bij afwijkende aandelenklassen, certificering, of afspraken in een aandeelhoudersovereenkomst die stemrecht en economisch belang uit elkaar trekken. Bij het berekenen van het exacte UBO-percentage moet je dan dus twee routes langs: de kapitaalroute en de stemrechtroute, en je rapporteert de hoogste uitkomst. Bij structuren met tussenliggende bv's telt dit door op elke laag; zie hoe je de UBO vindt via meerdere lagen voor hoe die doorrekening werkt. Er bestaat ook de omgekeerde situatie: iemand zonder noemenswaardig aandelenbelang die via stemafspraken toch zeggenschap heeft — dat wordt behandeld in UBO zonder aandelen, met stemrecht.
Waar dit op stoelt: de definitie in de richtlijn en de nationale criteria
De richtlijn zelf noemt eigendom en zeggenschap als twee gelijkwaardige, zelfstandige indicatoren voor uiteindelijk belanghebbende (Richtlijn (EU) 2015/849). De Nederlandse uitwerking daarvan — de criteria die banken en de Kamer van Koophandel toepassen — staat beschreven in de pagina over de criteria die bepalen of iemand uiteindelijk belanghebbende is. De Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme regelt vervolgens dat instellingen dit belang moeten vaststellen als onderdeel van hun cliëntenonderzoek, waarbij zij zowel de kapitaalstructuur als de stemrechtverhoudingen moeten kunnen onderbouwen met stukken.
Waar dit op gebaseerd is
- Richtlijn (EU) 2015/849 — de Europese antiwitwasrichtlijn waar de Wwft uit voortkomt, met de definitie van uiteindelijk belanghebbende
- Handelsregisterwet 2007 (de gegevens die van elke onderneming zijn vastgelegd, waaronder het UBO-register)
- Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (het cliëntenonderzoek dat instellingen moeten doen)
De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
De uitwerking per verplichting, met de termijnen die erbij horen en de sjablonen om het vast te leggen, zit in het abonnement.
Bekijk het abonnement Eerst de gratis quick-scanDit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-09-05. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.