mijn moederbedrijf zit in het buitenland, wie is dan de UBO
De UBO doorprikt de buitenlandse laag, hij verdwijnt er niet in
Een buitenlandse moeder verandert niets aan het uitgangspunt: de UBO is de natuurlijke persoon die uiteindelijk eigenaar is van of zeggenschap heeft over de Nederlandse onderneming, ook als die zeggenschap via het buitenland loopt. Richtlijn (EU) 2015/849 definieert de uiteindelijk belanghebbende als de natuurlijke persoon, niet als een rechtspersoon — dus een buitenlandse moedervennootschap zelf is nooit de UBO, hooguit een tussenstap. Je moet de keten dus doortrekken naar de mens erachter, ongeacht in welk land die laag zit. Werk je met meerdere tussenliggende vennootschappen, dan is de systematiek dezelfde als bij een structuur met meerdere bv's ertussen: elke laag vermenigvuldig je door naar het uiteindelijke percentage.
In de praktijk loop je bij een buitenlandse moeder tegen twee dingen aan. Eén: het bewijsstuk. Een Nederlands aandeelhoudersregister heb je niet voor een buitenlandse entiteit — je hebt een equivalent nodig uit het land van de moeder, zoals een uittreksel uit het lokale handelsregister of een aandeelhoudersregister naar buitenlands recht, plus vaak een vertaling. Twee: als de buitenlandse moeder zelf weer gespreid eigendom heeft en niemand op natuurlijk-persoonniveau boven de 25% uitkomt, geldt hetzelfde vangnet als bij een Nederlandse structuur — de regels voor wie dan als UBO geldt zijn niet anders voor een buitenlandse keten. Het percentage zelf bereken je door de belangen in elke laag met elkaar te vermenigvuldigen, niet door ze op te tellen.
Waar dit uit volgt: de definitie in de richtlijn, ingevuld door de Wwft
Richtlijn (EU) 2015/849 geeft de EU-brede definitie van uiteindelijk belanghebbende als natuurlijke persoon, ongeacht nationaliteit of vestigingsplaats van de tussenliggende entiteiten. De Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme werkt dit uit voor het cliëntenonderzoek dat de bank of andere instelling moet doen, en die zal bij een buitenlandse moeder om onderbouwing van de keten vragen. De Handelsregisterwet 2007 regelt vervolgens de registratieplicht in het Nederlandse UBO-register, die voor de Nederlandse onderneming blijft gelden ook als de eigendomsketen het land verlaat.
Waar dit op gebaseerd is
- Richtlijn (EU) 2015/849 — de Europese antiwitwasrichtlijn waar de Wwft uit voortkomt, met de definitie van uiteindelijk belanghebbende
- Handelsregisterwet 2007 (de gegevens die van elke onderneming zijn vastgelegd, waaronder het UBO-register)
- Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (het cliëntenonderzoek dat instellingen moeten doen)
De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
De uitwerking per verplichting, met de termijnen die erbij horen en de sjablonen om het vast te leggen, zit in het abonnement.
Bekijk het abonnement Eerst de gratis quick-scanDit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-09-05. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.