ik heb geen bewijsstukken meer van een oude verkoop wat nu
Ontbrekende stukken vervang je door alternatief bewijs
Als de originele stukken van een oude verkoop er niet meer zijn, kan het cliëntenonderzoek meestal nog steeds doorgaan — maar dan met vervangend bewijs. De Wwft schrijft aan de instelling voor dát zij onderzoek doet naar de herkomst van middelen, maar niet met welk exact document dat moet. Dat geeft ruimte: een notariële akte van levering, een bankafschrift met de bijschrijving, een aangifte inkomstenbelasting uit dat jaar, of een uittreksel uit het Handelsregister met de datum van de transactie kunnen dezelfde informatie tonen als het oorspronkelijke koopcontract. Hoe ouder de transactie, hoe eerder een instelling genoegen neemt met zo'n combinatie van indirecte bronnen in plaats van één primair document.
Ontbreekt alles — geen akte, geen afschrift, geen aangifte — dan blijft een eigen schriftelijke verklaring over: een korte, feitelijke beschrijving van wat er verkocht is, aan wie, wanneer en voor welk bedrag, eventueel aangevuld met wat er nog wél te vinden is (een oude jaarrekening, een handelsregisterhistorie, correspondentie). Dat is precies het soort geval waarvoor wat als ik geen bewijs meer heb van waar mijn geld vandaan komt verder uitwerkt hoe zo'n verklaring is opgebouwd. Ging het specifiek om de verkoop van een onderneming, dan staat in hoe bewijs ik dat mijn geld komt uit de verkoop van mijn bedrijf welke stukken daarbij normaal worden gevraagd en welke vervangers daarvoor bruikbaar zijn.
Waar dit uit volgt: het cliëntenonderzoek in de Wwft
De Wwft verplicht instellingen tot cliëntenonderzoek, waaronder onderzoek naar de herkomst van vermogen of middelen, zonder een vaste lijst van verplichte documenten voor te schrijven. Richtlijn (EU) 2015/849, waar de Wwft op is gebaseerd, laat dezelfde ruimte: de risicogebaseerde aanpak staat toe dat een instelling met alternatieve bronnen werkt zolang die aannemelijk maken wat er is gebeurd. Het is uiteindelijk de instelling die beoordeelt of het geheel van stukken en verklaringen voldoende is — dat oordeel ligt niet bij de ondernemer en niet bij een dossierplatform.
Waar dit op gebaseerd is
- Richtlijn (EU) 2015/849 — de Europese antiwitwasrichtlijn waar de Wwft uit voortkomt, met de definitie van uiteindelijk belanghebbende
- Handelsregisterwet 2007 (de gegevens die van elke onderneming zijn vastgelegd, waaronder het UBO-register)
- Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (het cliëntenonderzoek dat instellingen moeten doen)
De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
De uitwerking per verplichting, met de termijnen die erbij horen en de sjablonen om het vast te leggen, zit in het abonnement.
Bekijk het abonnement Eerst de gratis quick-scanDit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-09-05. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.